Tagarchief: Tijd zelf (de)

Waarom schrijft Melchior Post een verhaal?

De tijd zelf, het eerst gepubliceerde werk uit Harry Mulisch’ nalatenschap, bevat een aantal elementen waarover meer te zeggen is. Er is natuurlijk in de eerste plaats de titel: enigszins merkwaardig, – ik heb altijd het gevoel gehad dat deze drie boorden een zelfcitaat zijn, al is dat natuurlijk onbewijsbaar. Mathijsen en Heumakers hebben in elk geval geen documenten gepubliceerd die daarop duiden.

De tijd zelf - Harry MulischHeumakers citeert overigens in zijn essay in de uitgave van De tijd zelf de uit Grondslagen van de mythologie van het schrijverschap:

[…] het schrijven wordt gerelateerd aan de Orpheus-mythe, die hetzelfde zou laten zien, namelijk het wonderbaarlijke en onmogelijke, de overwinning op de dood, op de tijd zelf dus, zoals die ook met het geschrevene plaatsvindt.

De tijd zelf, p. 77

Mijn titelverklaring van De tijd zelf is uitgebreider dan deze verwijzing, maar daarover in een andere notitie meer.

Hier volstaat het te constateren dat De tijd zelf waarschijnlijk gaat over het schrijven. Niet voor niets probeert hoofdpersoon Melchior Post al schrijvend zich te herinneren, uit welke droom hij wakker werd in de ochtend dat hij zijn televisiedebat over het heden miste.

Lees verder

Eindelijk: De ontdekking van Moskou

Bij zijn leven heeft Mulisch geregeld geschreven en gesproken over zijn zogeheten schaduwoeuvre, bestaande uit onvoltooide werken. In De toekomst van gisteren besprak hij bijvoorbeeld projecten als Het twaalfde huis van monsieur Zimbalist, Naasting en Gratie voor de doden. En in De gezochte spiegel voerde hij de schrijver Alex Zwart op, wiens gehele oeuvre bestaat uit de werken uit Mulisch’ eigen schaduwoeuvre.

De auteur wist mij als lezer behoorlijk nieuwsgierig te maken naar de manu- en typoscripten van zijn schaduwoeuvre. Dat komt onder meer door de publicatie van Tussen sterven en begraven in De verteller verteld: deze onvoldragen novelle, op het laatste moment teruggetrokken uit de bundel De versierde mens, geeft veel inzicht in het ontstaan van Mulisch’ oeuvre en zijn filosofie van masker en niets.

Ik hoop daarom al lange tijd op de publicatie van De ontdekking van Moskou, het prominentste schaduwboek uit Mulisch’ oeuvre, vooral omdat het licht kan werpen op de romanloze periode tussen Het stenen bruidsbed en De verteller. De gangbare verklaring voor het gegeven dat Mulisch geen romans publiceerde in de jaren zestig is dat hij te zeer bezig was met de maatschappelijke veranderingen in Nederland en de internationale crises van die jaren. Ik heb altijd gevonden dat dat niet kon kloppen, althans dat het niet de hele waarheid was, aangezien Mulisch aan verschillende romans schreef in die jaren. Alleen vond hij kennelijk dat het niet goed genoeg was en ik zou graag snappen waarom.

Lees verder