Categorie archief: Notitie

Notities over het oeuvre van Harry Mulisch, kort of lang, maar altijd interessant, – ik doe althans mijn best.

Plagieerde Mulisch Hannah Arendt?

Een jaar of twee geleden maakte ik er melding van dat Harry Mulisch en Hannah Arendt elkaar geschreven hebben naar aanleiding van hun beider boeken over het Eichmann-proces. Een leuke vondst, meende ik, meer niet. Wie beide boeken heeft gelezen, ziet inderdaad de overeenkomsten tussen hun theorieën en daar corresponderen ze kort over.

Mulisch meldt in zijn brief dat hij Eichmann in Jeruzalem de Duitse vertaling van De zaak 40/61 bijvoegt op suggestie van Mary McCarthy, die ze beiden kenden. Inderdaad bevindt Strafsache 40/61 zich in de Hannah Arendt Library van het Bard College.

Arendt schrijft in haar antwoord dat ze in de gereviseerde versie van haar boek Mulisch een aantal keer zal citeren. Ik moet dan ook wel eens lachen als ik – vooral op internet – lees dat Mulisch Hannah Arendt zou hebben nagepraat of zelfs geplagieerd.
Lees verder

Het Hooglied in Het stenen bruidsbed (bijgewerkt)

In haar serie hoorcolleges over het oeuvre van Harry Mulisch komt Marita Mathijsen te spreken over Het stenen bruidsbed en over Mulisch’ vriendschap met Hein Donner. Mulisch las Donner dagelijks voor wat hij die dag geschreven had.

Jongen, jij wordt de risee van de Nederlandse literatuur, had Donner hem voorspeld. Maar hij gaf hem ook goede adviezen, want Mulisch had in Het stenen bruidsbed ook wat verwijzingen naar de bijbel verwerkt. Behalve die homerische zangen had hij ook bijbelse zangen in de trant van het Hooglied daarin verwerkt, en die heeft hij op advies van Donner eruit gelaten. Je moet niet en de klassieken en de bijbel erin willen gooien, zei hij. En later heeft hij die passages die hij eruit gegooid heeft nog gebruikt in De ontdekking van de hemel.

Mulisch. Een hoorcollege over het oeuvre van Harry Mulisch, cd 2, hoofdstuk 6.

Toen ik dit hoorde, had ik het gevoel dat het niet klopte. Ik meende me te herinneren dat Donner zelf had geschreven dat het omgekeerd was: Mulisch had zelf de bijbelse passages geschrapt, terwijl Donner ze juist goed vond. De suggestie dat Mulisch de geschrapte passages aan het op Donner gebaseerde personage Onno heeft toebedeeld in De ontdekking van de hemel komt van Peter Henk Steenhuis. Maar zojuist las ik in Mathijsens interviewbundel Het voorbestemde toeval dat Mulisch zelf aan Mathijsen verteld heeft, dat het precies zo gegaan is: Donner adviseerde Mulisch tijdens het schrijven van Het stenen bruidsbed dat deze verwijzingen naar het Hooglied niet in de roman thuis hoorden.
Lees verder

Waarom schrijft Melchior Post een verhaal?

De tijd zelf, het eerst gepubliceerde werk uit Harry Mulisch’ nalatenschap, bevat een aantal elementen waarover meer te zeggen is. Er is natuurlijk in de eerste plaats de titel: enigszins merkwaardig, – ik heb altijd het gevoel gehad dat deze drie boorden een zelfcitaat zijn, al is dat natuurlijk onbewijsbaar. Mathijsen en Heumakers hebben in elk geval geen documenten gepubliceerd die daarop duiden.

De tijd zelf - Harry MulischHeumakers citeert overigens in zijn essay in de uitgave van De tijd zelf de uit Grondslagen van de mythologie van het schrijverschap:

[…] het schrijven wordt gerelateerd aan de Orpheus-mythe, die hetzelfde zou laten zien, namelijk het wonderbaarlijke en onmogelijke, de overwinning op de dood, op de tijd zelf dus, zoals die ook met het geschrevene plaatsvindt.

De tijd zelf, p. 77

Mijn titelverklaring van De tijd zelf is uitgebreider dan deze verwijzing, maar daarover in een andere notitie meer.

Hier volstaat het te constateren dat De tijd zelf waarschijnlijk gaat over het schrijven. Niet voor niets probeert hoofdpersoon Melchior Post al schrijvend zich te herinneren, uit welke droom hij wakker werd in de ochtend dat hij zijn televisiedebat over het heden miste.

Lees verder

Eindelijk: De ontdekking van Moskou

Bij zijn leven heeft Mulisch geregeld geschreven en gesproken over zijn zogeheten schaduwoeuvre, bestaande uit onvoltooide werken. In De toekomst van gisteren besprak hij bijvoorbeeld projecten als Het twaalfde huis van monsieur Zimbalist, Naasting en Gratie voor de doden. En in De gezochte spiegel voerde hij de schrijver Alex Zwart op, wiens gehele oeuvre bestaat uit de werken uit Mulisch’ eigen schaduwoeuvre.

De auteur wist mij als lezer behoorlijk nieuwsgierig te maken naar de manu- en typoscripten van zijn schaduwoeuvre. Dat komt onder meer door de publicatie van Tussen sterven en begraven in De verteller verteld: deze onvoldragen novelle, op het laatste moment teruggetrokken uit de bundel De versierde mens, geeft veel inzicht in het ontstaan van Mulisch’ oeuvre en zijn filosofie van masker en niets.

Ik hoop daarom al lange tijd op de publicatie van De ontdekking van Moskou, het prominentste schaduwboek uit Mulisch’ oeuvre, vooral omdat het licht kan werpen op de romanloze periode tussen Het stenen bruidsbed en De verteller. De gangbare verklaring voor het gegeven dat Mulisch geen romans publiceerde in de jaren zestig is dat hij te zeer bezig was met de maatschappelijke veranderingen in Nederland en de internationale crises van die jaren. Ik heb altijd gevonden dat dat niet kon kloppen, althans dat het niet de hele waarheid was, aangezien Mulisch aan verschillende romans schreef in die jaren. Alleen vond hij kennelijk dat het niet goed genoeg was en ik zou graag snappen waarom.

Lees verder

Titelverklaring van De elementen

De elementenDe elementen is misschien wel mijn favoriete roman van . Ik las het boek vrij laat, – ik geloof in 1995, want dat jaar kreeg ik Vijf fabels cadeau.

Een titelverklaring van De elementen lijkt eenvoudig, want wie het boek leest, kan het niet ontgaan dat de hoofdstukken Aarde, Water, Lucht, Vuur en Quintessens heten. Het verhaal is opgebouwd aan de hand van de vijf elementen, dat wil zeggen: de bekende vier plus het vijfde dat volgens Aristoteles nodig was om het onveranderlijke bovenmaanse te verklaren.

Er is echter meer. De verhaallijn, de bijzondere vertelvorm (in de tweede persoon) en de vijf elementen hangen samen op een manier die inzicht schept in de manier waarop De elementen tot stand is gekomen. Kortom, de herkomst van de titel van deze roman verklaren is eenvoudig genoeg; het is echter interessant om te bekijken wat de titel op zijn beurt verklaart.
Lees verder

Briefwisseling van Hannah Arendt en Harry Mulisch

In 1964 stuurde Harry Mulisch de Duitse vertaling van De zaak 40/61 (Strafsache 40/61) naar Hannah Arendt. Mary McCarthy had hem dat aangeraden. Mulisch had Arendts boek uit 1963 gelezen en merkt op dat hij getroffen was door de gelijkenis in hun beider theorieën.
De briefwisseling van Hannah Arendt en Harry Mulisch uit 1964 bevestigde de overeenkomst tussen hun beider theorieën over Adolf Eichmann.
Arendt stuurde Mulisch een brief terug, waarin ze zei ook een sterke gelijkenis te zien in aanpak en theorie. Ze reviseerde op dat moment de Duitse vertaling van haar boek en meldt dat ze Mulisch daar een aantal keer in citeert. Deze citaten zijn in latere uitgaven van haar boek behouden, onder andere in de Nederlandse vertaling.

In een zoektocht op internet ben ik deze brieven jaren geleden tegengekomen. Ze maken deel uit van de collectie ‘The Hannah Arendt Papers’ van de Library of Congress in Washington, D.C. Ik heb ze hieronder uitgetikt.
Lees verder